Picture perfect

Arkasha,

Kleine waarschuwing: ik ben slechtgezind.

‘Maar por qué?’ hoor ik je denken. Zit ik hier dan niet relaxed tussen de Mexicaanse palmbomen op een eeuwigdurende vakantie?

Het is zondag en we zijn aan zee met een zak Doritos en een fles wijn. Ik loop rond op te kleine sleffers, want mijn queeste naar een vrouwelijke 42,5 leest als een trilogie met kleine wezens, een onverstaanbare taal en draakachtigen in de vorm van iguana’s en krokodillen. Die beesten zijn overal, vreten af en toe een kleine hond en iedereen vindt dat maar normaal.

Geïrriteerd gooi ik mijn gsm in de strandtas met zonnecrème, mondmaskers en muggenspul. Mijn lief vraagt wat er scheelt. Koppig draai ik mijn hoofd naar de andere kant, want dat doe je als er niets aan de hand is, en zeg zo passief agressief mogelijk ‘nix.“Is de zee te blauw? De zon te warm? De wijn al op?” “Hm.”

Ik zag zonet een foto van vriendinnen in Antwerpen. Zonder mij. Want ik ben in Mexico. Ook al heb ik veruit de mooiste achtergrond tijdens het Facetimen, toch kleurt mijn zongebruinde huid soms groen van jaloezie.

Arturo en ik reisden van het epicentrum in New York naar een broeihaard in Mexico (5e op de wereldranglijst) en verblijven daardoor al maanden in een soort van langgerekte lockdown waarin tijd relatief is en onze mogelijkheden beperkt. Uncle Sam stuurt niet terug en dus zijn mijn schoonouders de enige vrienden die ik heb gemaakt. Mijn lief zijn warmte en zorgzaamheid hebben een duidelijke oorsprong, maar ik mis de amigo’s die ik in België achterliet.

Arturo werkt van thuis, maar door een gebrek aan visums en een overvloed aan pandemie, kan ik dat niet. Hoewel ik Spaans en een cursus copywriting studeer, voel ik me een werkloze loser. Ik hang doelloos rond en doe het huishouden, maar mi casa no es mi casa.

Dan maar fulltime optrekken met mijn schoonouders. Susi propt mij vol mole (kip met chocoladesaus) en chicharrón (gefrituurde varkenshuid), terwijl Arturo Senior de glaasjes mezcal inschenkt. Ze willen me overal bij betrekken. Ik ontmoet tantes en buren, krijg juwelen en cadeau’s en mag mee in beeld tijdens de familiale Facetime calls. “Sí sí hola iedereen.”

We gaan ook geregeld samen op stap. Daarbij wordt élke iguaan, kleurrijke bloem en stekelige plant mij vol enthousiasme aangeduid alsof het de enige ter wereld was en dit gemiddeld zo’n 10 keer per dag. Mijn nuchter Belgisch lijf slaat tilt bij zoveel extraversie en ik reageer droogjes met een knik. Mijn koude hart verlangt naar te lang wachten in de frituur, een gemiste oproep en ongeïnteresseerd cynisme.

Ik vraag mijn lief om een foto te nemen met mijn glas wijn en de zee als achtergrond. Ik jaloers, iedereen jaloers! Ik zeg hem dat het moet lijken alsof ik niet weet dat er een foto wordt getrokken. Nonchalant neem ik mijn gsm weer in de hand om deze scène kracht bij te zetten, maar daardoor lees ik allerlei leuke plannen op WhatsApp. Hm. De druk voor het juiste plaatje wordt opgevoerd. Méér foto’s! “More!” Probeer dan toch een andere invalshoek! “No, that’s my ugly side!”

Meta, besef ik nu.

Wanneer ik het beeldverslag van de zoveelste BBQ-bubbel zie binnenkomen, geef ik me gewonnen. Laat maar. Ik denk aan thuis en aan iedereen die ik mis.

Iets later klinkt naast mij “hijo de puta!”, dat is Spaans voor Trump, en ik kijk op. Er werden nieuwe maatregelen ingevoerd waardoor Arturo midden september terug naar New York moet. Tenzij ik de muur overklim, zal mijn vlucht in diezelfde periode richting België gaan.

Ik kijk naar de blauwe zee, de warme zon, het witte zand en denk aan de uitstapjes met mijn eeuwig enthousiaste schoonouders en aan mijn lief in zijn nieuwe zwembroek. Die avond drinken we tequila, vreten we taco’s, aaien we iguana’s, redden we een hond en zingen we met de mariachi’s terwijl op de achtergrond de Mexicaanse zon in zee verdwijnt.

Hm. Ik mis het nu al.