Mexican standoff

Klik hier voor een extra dimensie!

Hoi Kash,

Arturo en ik werden uitgenodigd voor een etentje bij een verre aangetrouwde ex-nonkel. De man in kwestie is een 80-jarige Trumpfan-Texaan én zelfverklaard sjamaan die zo uit een Coen brothers universum lijkt weggelopen, maar dus gewoon in een huisje in Mexico verblijft. Mijn lief waarschuwde me op voorhand over diens politieke visies en vroeg of ik por favor niet in discussie zou gaan, waarop ik onmiddellijk met hém in discussie ging en zei dat ik respectvol mijn mening zou delen, moest ik dat nodig vinden. Ahja! Ah si!

Onze gastheer opent de deur in afgeleefde sandalen onder zijn short, wat hem een soort van vriendelijke look geeft. Maar zijn stem is intimiderend en luid. Hij lijkt op een kwade Sam Elliot.

Uncle Sam serveert ons ribs and beans, no greens, en noemt het een cowboy meal. Na het eten mag ik kennismaken met de sjamaan in hem én mezelf, want ik word gevraagd een tekst over de liefde voor te lezen. Het gaat over contact met hulpgeesten uit een andere tijd en wereld. In deze tijd en wereld denk ik alvast whatthefuck. Onzeker over mijn nieuwe rol begin ik stil en mompelend voor te lezen. Zijn luide stem brult “UP!”. Verward ga ik rechtstaan. Had hij het tegen mij? Tegen die hulpgeesten? Ik struikel over mijn woorden en verlang naar het einde. Wanneer ik terug neerzit, neemt hij het boek uit mijn handen.

Zwijgend volg ik de rest van het gesprek, dat naargelang de avond vordert meer en meer richting politiek neigt. Mijn lief spreekt nu voor ons twee. De biertjes vloeien en de spanning stijgt. Dit voelt als een conversationeel mijnenveld. Amper een uur na mijn gefaald sjamanistisch debuut is het slechts een kwestie van casual eens te laten vallen “wat een rare tijden het toch zijn” en de discussie kan ontploffen. Met mijn leeg glas, vastgeklemd in beide handen, zie ik de beleefde cirkeltjes rond mijn gezelschap steeds kleiner worden. Is het altijd zo warm in Mexico?

En dan gebeurt het: onze gastheer begint over ‘the looting in the US’. Arturo gaat in de tegenaanval en noemt het ‘protesten’. De een vindt het overbodig, de ander noemt het nodig. Als een tennis umpire volg ik nauwgezet de discussie, maar al snel wordt duidelijk dat niemand wil wijken. Mijn lief spreekt over het belang van empathie, maar onze host minimaliseert en wil het liefst van al negeren. Ik moei me nog steeds niet in het gesprek. Zonde, achteraf gezien, want soms is zwijgen allesbehalve goud en samen zouden we zijn gebrul misschien wel kunnen overstemmen.

Ik blijk echter aanwezig in de argumenten die mijn lief aanhaalt; argumenten die stammen uit onze dagelijkse discussies en nachtelijke gesprekken waarin ik bleef doordrammen over het belang van een signaal. Blijkt dat informatie delen, protesten en zelfs zwarte vierkantjes toch érgens toe leiden, hoe klein dan ook.

Mijn lief toont zich strijdvaardig en geeft niet op, maar onze gastheer blijft er lege Fox News slogans tegenaan gooien en het gesprek zit muurvast. Lap, we zitten met een verbale Mexican standoff.

Qué putas, ik wil gaan slapen.

Even overweeg ik om vreedzaam te knielen, maar ik twijfel aan de kracht van dit signaal in deze context.

Ik zet me in de andere kamer en wil onze host zijn hulpgeesten aanschrijven, misschien wil hij daar wel naar luisteren.

Maar eerst richt ik mijn brief aan jou.