Vulkaan

Hey Anaïs,

Tussen kerst en nieuw zat ik in een boetiekhotel op Lanzarote, een van de enige plekken in Europa waar dat nog mag. Vandaag echter, zat ik in de wachtzaal van een ziekenhuis. Niet dat er een causaal verband is tussen de twee. Hoewel. Eigenlijk wel...

Op het eiland stonden mijn gezelschap en ik vroeg op om de zon uit de zee te zien oprijzen. We kregen versgeperst sinaasappelsap en toast met avocado, tomaat en olijfolie als ontbijt. Een halfuur later klikten we in onze pedalen en trapten een Stravaroute langs uitgedoofde vulkanen, cactusvelden, wijngaarden en de zee. In de namiddag bestelden we tapas (¡Pulpo! ¡Croquetas! ¡Pimientos de padrón!) of een surfles. Anaïs, beter wordt het niet.

Ik besef dat die vakantie geen evidentie was, zeker niet in deze tijden, maar dat eeuwige carpe diem komt ook met een prijs. Tussen mijn vrienden in België ben ik de enige die huisje, tuintje, vriendje, noch kindje heeft. En in dat hele YOLO-gedoe voel ik me soms wat alleen.

Precies vier jaar geleden was ik aan het backpacken door Zuid-Amerika. Tussen kerst en nieuw deed ik vrijwilligerswerk in Buenos Aires. Een toen achttienjarige snotaap, met wie ik en andere vrijwilligers een huis deelde, vroeg me of ik op mijn leeftijd niet beter aan kinderen kon beginnen. Toen was ik achtentwintig. Nu ben ik tweeëndertig.

Niet dat ik mijn kleurrijke leven hier en nu wil inruilen voor de ‘hoeksteen van de samenleving’, maar soms twijfel ik of hij gelijk had. Wat als ik binnen een paar jaar te horen krijg dat ik geen kindje meer kan kopen? Moet ik de golven stante pede inwisselen voor weeën? Voor het antwoord op die vraag, ging ik vanochtend naar de gynaecoloog.

Na een uur in de wachtzaal mag ik eindelijk naar binnen. De elektrische tandenborstelachtige met condoom en glijmiddel gaat op zijn beurt bij mij naar binnen. Het toestel laat zien dat mijn vulkaan nog niet is uitgedoofd. In mijn eierstokken zitten nog heel wat eicellen. De gynaecoloog spoort me aan om ook nog bloed te laten trekken, “daarmee kunnen we je vruchtbaarheid preciezer meten.”

Dat het wel wat langer kan duren voor ik de testresultaten krijg, zegt ze erbij, “want het systeem van het grootste labo in Antwerpen is gehackt.” Ik lach ermee, maar het is menens. De hackers vragen losgeld. De testen worden nu opgestuurd naar andere labo’s. Of hoe deze pandemie zich weer eens als goedkope sciencefiction gedraagt. “Geen probleem”, zeg ik, “dat weekje extra heb ik nog wel.”

“Ja, als ik u daar zo zie zitten, dan hebt gij nog tijd denk ik.” Het klinkt als een compliment. “En als ge iemand tegenkomt, dan kan het rap gaan hé. Ikzelf ben achtendertig en ik heb ook nog een kinderwens, maar evenmin een partner. Bij mij wordt het al wat spannender.” Ik knik en glimlach ongemakkelijk. Wie ben ik om deze specialiste tegen te spreken?

Ze vraagt of er bepaalde afwijkingen in de familie zitten. “Alleen rood haar”, zeg ik. “Ahja, op roodharige vrouwen zijn we anders ook beducht”, zegt ze. “Hoezo?” “Die verliezen tijdens de zwangerschap meer bloed.” Hoe dat komt, weet ze niet, maar als het ooit zover komt, mag ik van haar niet thuis bevallen. Staat genoteerd.

Ik vertel haar dat ik vanochtend zó verstrooid was dat ik een uur te laat op mijn personal training was, en een uur te vroeg in het ziekenhuis. “Ocharme, en dan zit ge hier zo lang in de wachtzaal tussen al die zwangere vrouwen”, zegt ze. In stilte vraag ik me af of die uitspraak niet eigenlijk over haarzelf gaat. Of ze ‘t soms moeilijk heeft met die onvervulde kinderwens, durf ik haar niet te vragen.

Bij het buitengaan wens ik haar succes met de zoektocht. Naar die gehackte gegevens. De rest komt nog wel. Of ook niet. Sommige vrouwen worden onverhoopt zwanger, bij anderen lukt het niet, nog anderen verliezen hun vruchtje. Van het concert des levens heeft niemand een program. Intussen weet ik wél dat er naast het ouderschap nog genoeg andere interessante paden zijn. Die vulkanische route bijvoorbeeld, die was zo slecht nog niet.