Transformatie

Hoi Arkasha,

Met een brullende vijfjarige op de rij achter ons, vliegen mijn lief en ik van Zaventem naar New York. Ik fluister in het oor van mijn wederhelft ‘dat het bij ons niet waar zou zijn’, prik met een plastieken vork in een dampend bakje pasta en staar op het schermpje voor mij naar Nicolas Cage.

Enkele uren later belanden we op het immigration bureau van Newark Airport. Door corona verloor ik een jaar geleden mijn job en bijhorend visum, en dus werd ik na 90 dagen vriendelijk het land uitgezet. Best onhandig als je wil samenwonen met je nieuwe lief. Een huwelijk en heel wat papierwerk later is het dan toch zover: The United States of America heten me welkom!

Ik moet denken aan de verhalen in het Red Star Line museum in Antwerpen. Op jouw aanraden bezocht ik er samen met mijn vader de expo ‘Destination Sweetheart’. We leerden er over mensen die, net als ik, voor de liefde naar de VS verhuisden. Zij vertrokken meestal in slechtere omstandigheden, maar we delen dezelfde droom: de hoop op een gelukkig en liefdevol leven. Niet dat ik het mijne dúrf te vergelijken met hun vaak hartverscheurende verhalen, maar smijt een korrelige sepiafilter over mijn vliegtuig selfie, met in de achtergrond die 5-jarige bleitsmoel, en we komen toch al in de buurt.

Ik woon nog maar net in New York, maar het is opvallend hoe ik hier probeer vast te houden aan mijn identiteit. Plots ben ik veel trotser om Belg te zijn. Geen enkele fastfoodketen kan tippen aan de frituur in ’t stad en het suckt om alles in het Engels te moeten doen. Ik heb dan nog het geluk dat mijn neef en zijn gezin recent ook naar New York verhuisden. Als een echte migrantenfamilie zoeken we elkaar geregeld op. Dan eten we witloof in den oven en praten we in onze eigen taal over de rare gewoontes van die gekke Amerikanen. “Zo’n grote porties!”, “élke ochtend op school de vlag groeten?!”. We zijn er úren zoet mee.

Na enkele weken is de transformatie dan toch ingezet. Terwijl ik de laatste binnengesmokkelde praline in m’n mond stop, bedenk ik dat ik de laatste tijd mijn Nederlandstalige telefoongesprekken afsluit met “Love you!” en nu al vaker in yoga pants, zonnebril en met een latte in de hand rondloop dan de gemiddelde Kardashian. Ik neem mezelf voor om op z’n minst een legging designed by Elodie Ouedraogo te dragen en er in het vervolg “Love you hé seg!” van te maken.

Wanneer ik volgende week dinsdag een krantenkiosk met The New York Times en Vogue passeer, zal ik eens van m’n coffee sippen, donkere shades op m’n neus zetten, en vragen: “Excuse me, do you also sell The Flair?”