Tony

Klik hier voor achtergrondmuziek

Hoi Arkasha,

Tegenwoordig hangt er geregeld een andere blondine rond mijn man zijn hals. Ze roept meerdere keren per dag zijn naam, gaat voor mijn ogen zomaar op zijn schoot zitten en vraagt zonder schroom of hij haar kleedje ook zo mooi vindt. Net wanneer ik wil vragen ‘wat haar probleem nu eigenlijk is’, komt mijn man tussenbeide. ‘How how’, zegt hij. ‘Je nichtje bedoelt het toch niet zo’.

We verblijven een week met mijn neef en zijn gezin in een gezellige chalet diep in de bossen. Manlief en ik ruiken de kans om ver weg van de drukte in Manhattan een tijdje van de stilte te genieten. Ik zag ons al zitten. Sprookjesachtig één met de natuur. Nadampend van een verre wandeling, met enkel het geluid van ritselende blaadjes en een occasioneel hert. Maar dan waren er eens… een 5- en een 6-jarige.

Waar ik als kind extreem verlegen was en volgens mijn ouders ‘nooit sprak’ – volgens de overlevering was ik een mensenschuw Smeagol-achtig wezen, maar dan met lang, witblond haar - hebben mijn nichtjes precies het tegenovergestelde. Ze verkiezen gezelschap en trekken zonder vrees de badkamerdeur open om er vrolijk onsamenhangend hun verhaal af te steken.

Ondanks die twee keer dat ik net op de wc zat, ben ik oprecht trots dat mijn nichtjes verbaal zo sterk zijn. Ze durven zich, zonder obligatoire beleefdheidsdans, zomaar uitspreken als ze het ergens niet mee eens zijn. Niet van dat flauw ‘ik kom hier later nog op terug – gezever’, maar gewoon een duidelijke ‘neeheee’. En wanneer ze verdrietig of angstig zijn, mag iedereen het weten. Iets waar ik als volwassene best jaloers op ben.

Ik merk namelijk dat ik al een tijdje geprikkeld rondloop, maar er geen blijf mee weet. Ik ben moe maar kanni slapen en word snel afgeleid. In het midden van de nacht lig ik wakker, met in gedachten de greatest hits van mijn grootste uitschuivers en de altijd maar terugkerende vrees dat iedereen me stiekem uitlacht. Zonder aanduidbare reden voel ik me klein. Manlief kent of begrijpt dat soort gedachten niet, maar hij neemt me serieus en luistert. ‘Zelfs Tony Soprano voelde zich wel eens slecht’, zegt hij dan.

De volgende ochtend word ik gewekt door het gehuil van mijn nichtje. Ik ga naar haar toe en vraag ‘wat is uw probleem’. Iets over een gele beker die eigenlijk roze hoort te zijn. Ik luister, probeer te troosten en trek plagerig aan haar blonde staart. ‘Zelfs Elsa voelt zich wel eens slecht’, zeg ik dan. Niet veel later mompelt ze ‘dat het weer beter gaat’. Ze klimt van mijn schoot, neemt een ijsblauwe beker uit de kast en gaat hem zonder op de deur te kloppen trots tonen aan mijn lief.