Het is iets geworden

Deze brief verscheen op 19 januari in Flair. De Red Star Line doet er wat langer over, dus met een beetje vertraging lees je ‘m hier.

Dag Anaïs,

“Ken ik u niet van ergens? Ben jij geen Flairmodel?” In de aula van ons eerste jaar aan de universiteit in Antwerpen ging ik bewust naast je zitten. Jij zag er wel tof uit, vond ik. En knap. Jongens toch. Met zo iemand wilde ik wel vrienden worden. Je zei “je hebt een toffe pennenzak” terug. Ieder z’n troeven.

Bleek dat je de nicht was van een middelbareschoolvriendin. We hadden elkaar al eens ontmoet. Al spoorde ik je nadien aan om wel degelijk naar een modellenbureau te stappen. Je zou wat later ook effectief in Flair verschijnen, al was het maar één keer. Jij met je lange benen en al je ongemakkelijkheid.

Tijdens een pauze van een van die eerste lessen gingen we samen een luchtje scheppen. Je vertelde me dat je een paar maanden voordien een van je beste vriendinnen had verloren aan een ongeluk. We kenden elkaar amper, maar ik aaide de onwennigheid al troostend aan je mouwen af. Je pakte me vast en excuseerde je voor je emoties, maar ik vond het een eer dat je me al zo snel in vertrouwen nam. De tranen die je daar en toen op mijn schouder uithuilde, luidden onze innige band in.

Ze waren een voorbode voor de eerlijkheid, oprechtheid en warmte waaruit onze vriendschap is opgetrokken. Het rauwe verdriet en de lelijke kantjes van het leven hebben we nooit geschuwd. Als er een ding is wat we goed kunnen, dan is het taboes doorbreken. Al is er minstens evenveel plaats voor roddels, excessen en flauwe grappen.

Intussen zijn we volwassen, jij en ik. Of dat doen we toch uitschijnen. Want het leven blijft maar puberale avonturen over ons uitstrooien. De mooie en de moeilijke. Jij verhuisde na een resem amoureuze hoogtes en laagtes een jaar geleden voor de liefde naar New York. Maar over je internationale omzwervingen, douanecontroles en quarantaines laat ik je liever zelf vertellen.

Ik woon na mijn jaren in Barcelona alweer een tijdje terug in Antwerpen. Van hieruit zal ik je tweewekelijks schrijven over wat er gebeurt in onze gezamenlijke havenstad. Mijn brief met de Red Star Line meegeven hoeft niet, die verschijnt gewoon in Flair, afgewisseld met de jouwe.

Waar onze brieven over zullen gaan, dat kan ik nog niet voorspellen. Het hangt af van wat we in onze respectievelijke steden meemaken. Momenteel bestaat mijn leven uit e-mailen, mealpreppen met het simpelste boek van Ottolenghi en het bingen van business webinars, maar gelukkig ook uit wielrennen, frieten op vrijdag, dansen voor de microgolf, hier en daar een date en daarover boeiende gesprekken voeren met mijn twee geweldige huisgenoten. Je hoort er nog van.

Ik ben blij ben dat het met deze nieuwe wisselcolumn dan toch iets is geworden tussen jou en Flair. En ook blij dat ik er ook nu weer voor iets tussenzit.

Tot schrijfs,