Hot

mess

Hoi Kash,

Manlief geeft mij graag en vaak complimentjes. Dus toen hij vorige week zei “you’re hot” ging ik ervan uit dat ik er stralend uit zag. Ik had inderdaad een zekere glow, maar dan van het vaccin dat me de dag voordien was toegediend.

Manlief is wetenschapper, hij ontwikkelt medicijnen tegen leukemie. Wanneer hij uitlegt hoe mijn lijf dankzij deze prik leert vechten tegen het virus, geloof ik hem harder dan dat zelfverklaarde anti-vaxx leeuwinnen kunnen brullen. Na een nachtje slaap voel ik me weer als nieuw en maken we een ommetje in de buurt.

Tijdens onze wandeling tussen de wolkenkrabbers merk ik dat er veel veranderd is in vergelijking met één jaar geleden. Toen was New York het epicentrum van de pandemie. The City That Never Sleeps moest noodgedwongen in een diepe coma en alles ging op slot. De anders drukke straten liepen helemaal leeg.

Blij met m’n immuniteit, denk ik terug aan mijn moeite met intimiteit. Mijn eerste weken hier, een maand voor de lockdown, hadden we best vaak ruzie. Ik liep verloren in deze gigantische stad en ik vond het lastig om me open te stellen. Ik was wantrouwig, vond zijn vele complimentjes fake en draaide sneller met m’n ogen dan het gemiddelde teststokje in m’n neus. Hoe verliefd ik ook was, ik sloot me af. Tot ik door de lockdown niet meer aan hem of aan mezelf kon ontsnappen.

Als nieuwbakken koppel waren we plots constant samen thuis in een appartementje zo groot als een studentenkot. Hij zag mij zweterig, scheterig, onelegante oefeningetjes doen op een yogamat. Ik zag hem gamen in z’n onderbroek, met kruimels op z’n buik, terwijl hij Spaanse scheldwoorden naar een scherm riep. En je moet weten, Arkasha, wanneer hij verliest, gaat hij met een héél hoog, schel stemmetje onverstaanbare klanken gillen. Ik leerde dat ik niet álles aan hem aantrekkelijk vond. En hij ook niet aan mij.

Stilletjesaan klom New York uit het diepe corona-dal en zijn we aanbeland bij de allerlaatste stap: het vaccin. Het voelt haast oneerlijk dat ik al wél een prik kreeg en mijn 70-jarige ouders in België nog niet (*). Ik wou dat het andersom was. Dan zouden ze veilig zijn en konden ze me hier binnenkort eens komen bezoeken. Ik zou hen eindelijk tonen waar ik woon en hen na meer dan een jaar nog eens goed vastpakken, dat ook.

In afwachting van het vele bezoek genieten manlief en ik van een heropend New York en hij van een heropende Anaïs. Niet langer immuun voor intimiteit, geloof ik hem op z’n woord en geef ik hem al eens graag een complimentje terug: “Schat, geen enkele man die zo hoog en schel kan gillen als jij”.


(*ondertussen wel)