Honeymoon

Hoi Arkasha,

‘Geen kombucha of zeewiersnacks onder mijn dak’, zeg ik altijd. En dus staan we na een urenlange autorit aan te schuiven voor Amerika’s nationale gerecht: ‘two cheeseburgers and a coke, please’. Manlief mag de augurkjes eruit prutsen.

We zijn sinds kort gevaccineerd en mogen weer reizen in de VS. Van zodra het kon trokken we naar San Francisco en boekten we een campervan, zo een pinterestwaardig minibusje met een matras in de koffer. Het is de eerste reis sinds we zijn getrouwd, dus is dit onze officieuze honeymoon. Al is er voorlopig weinig romantisch aan. Ik heb mij al drie dagen niet gewassen en leef van McDonald’s.

We rijden door de uitgestrekte landschappen met in de achtergrond de stem van Eddie Vedder. Zo’n basic bitch ben ik wel. We zien besneeuwde bergtoppen, dorre woestijnen en diepe canyons. De overweldigende natuur maakt me filosofisch. ‘Status is onbelangrijk, geluk is...’. Tot ik natuurlijk overal een foto van wil trekken voor de ‘gram.

We zijn aangekomen in Sequoia National Park. In plaats van blinkende skyscrapers vind je hier torenhoge bomen. De dikste ter wereld staat hier ook, alsof ie solidair wil zijn met zijn hamburgervretende landgenoten. Terwijl ik sta te genieten van het uitzicht, klopt manlief plots als een bezetene op mijn rug. Blijkt dat er tientallen insecten over mijn lijf krioelen. Fuck. Mijn laatste douche vond plaats in een oude rodeostal, vanavond was ik me aan de lavabo bij Ronald. Zelfs op de meest desolate plekken vind je hier een gouden M.
God bless!

Voor de verandering eten we hotdogs en drinken we wijn uit een plastieken zak. Vanuit onze krakkemikkige campingstoeltjes valt mijn oog op een bordje dat waarschuwt voor wilde beren. Snel vluchten we ons bed in, veilig achter de stevige deuren van de campervan. We liggen dicht bij elkaar, gezellig samen in één slaapzak. Het topje van zijn neus raakt de mijne, ik weet wanneer hij glimlacht, ook al is het pikdonker. Net wanneer we er officieel een honeymoon van willen maken, fluistert hij verschrikt ‘Sttt, I hear something!’. We blijven enkele minuten heel stil liggen, in gedachten omsingeld door bloeddorstige beren. Wanneer we even later voorzichtig onze hoofden uit het raam steken - toegegeven, hij eerst - zien we enkel de Grote en de Kleine, recht boven ons.

Na amper één week kamperen lijk ik op de methhead waarmee we gisteren aan het tankstation een praatje maakten. Ik heb enorme wallen, mijn haar is belachelijk ongekamd en ik zie knalrood van de zon. Ik voel me smerig maar content, als een varkentje in de modder. ‘Misschien is dat wel de sleutel tot ge..’ Naast mij opent manlief een zak chips. ‘Breakfast is ready!’.