Fightcamping

Klik hier voor bijpassende playlist.

Hoi Arkasha,

Het is met licht ongepaste trots dat ik je kan melden dat ik deze week ruzie maakte op een camping. Maar eerst en vooral moet je weten dat ik verschrikkelijk slecht ben met confrontaties. Zo zal ik standaard ‘amai echt mega lekker’ antwoorden wanneer iemand vraagt of het smaakt - zelfs al is het met broccoli, stel je voor.

Dus hoe maakte zo’n lief en beleefd mens als ik dan ruzie, vraag je? Wel, ik schrijf je nog steeds vanuit een andere wereld. Eéntje waarin meer dan 165 miljoen mensen gevaccineerd zijn en waar we terug naar voorstellingen en concerten mogen. Een wereld waarin manlief en ik vaxxed & relaxed rondtrekken met een campervan en daardoor soms ongewild weer in aanraking met andere mensen komen.

We zijn namelijk niet de enigen die genieten van hun herwonnen vrijheid, hier in Bryce Canyon National Park. Naast ons kamperen twee toffe, knappe vrouwen in een tent. Terwijl we de laatste slierten pasta binnenslurpen, vraagt één van hen ‘Where y‘all from?’. Onze buren blijken lieve, warme yogi’s met een hart voor de natuur en een net geopende fles wijn. So far, so good.
Tot manlief laat vallen dat hij voor zijn werk medicijnen ontwikkelt. Plantaardig?’ vraagt de ene. ‘Euh, nee, oncologie’, reageert hij. Er valt een ongemakkelijke stilte. ‘So’, vervolgt de andere, ‘you’re one of them’. Onder de warme avondzon begeven we ons plots op glad ijs. Ze geloven dat mondmaskers muilkorven zijn en het vaccin onderdeel van de ‘plandemic’.

Ik versleet al vele uren met het lezen over conspiracy theories - vind ik fascinerend - en nu word ik zowaar getrakteerd op een live performance. Benieuwd naar hun reactie gooi ik olie op het kampvuur. ‘Toch wel blij dat we gevaccineerd zijn’, zeg ik. ‘Sport, gezonde voeding en mother earth zullen ons beschermen’, menen zij. ‘Sure, eat my broccoli’, reageer ik met venijn. De vlammen laaien hoger en hoger. ‘We won’t get sick’, declareren zij. ‘But others might!’, roepen wij. Wanneer ze in het midden van het park, tijdens hun zonnige vakantie, de ingeperkte vrijheid vergelijken met een concentratiekamp, slaagt mijn bullshitmeter tilt. ‘My god, you’re shellfish!’. ‘She means ‘selfish’, zegt manlief naast mij.

Zij noemden ons sheeple, ik noemde hen zeevruchten. De kloof is dieper dan de Grand Canyon die we vorige week bezochten en dus ronden we het gesprek snel af. Zij ritsen hun buitenzeil toe, wij draaien ostentatief onze campingstoeltjes. Maar na het tandenpoetsen prevel ik alsnog ‘be safe’ in de richting van hun tent. Ja kijk, ik ben nu eenmaal echt een goed mens.