De laatste keer

ooit

Hej Arkasha,

Om de coronasleur te doorbreken, hebben Arturo en ik een rustig weekendje met z’n tweeën geboekt. Het mooie hotel ligt vlak aan het strand, dus we zetten ons met boeken, wijn en een grote handdoek in het zand.

Stilte zit tussen de oren, maar niet tussen de mijne, en zeker niet wanneer er constant luide muziek wordt gedraaid. Alsof het geluid van de golven ondraaglijk is en koste wat kost gecamoufleerd moet worden, knalt de lokale DJ integraal Bob Marley met een softe lounge beat door de boxen. Ik waan me in een Tomorrowland aftermovie, maar #positivevibesonly en dus zwemmen we diep in zee, ver weg van beats by André.

Over een paar dagen start onze farewell tour richting Mexico City, waar onze wegen noodgedwongen zullen splitsen. We koesteren simpele dingen zoals ‘de was insteken’, ‘het bed opmaken’ en ‘samen de afwas doen’, als waren het kleine konijntjes, want elke actie is voorlopig de allerlaatste ooit. Het idee dat we elkaar lange tijd moeten missen, zorgt nu al voor stress. Als twee volwassen mensen werken we dat dan maar op elkaar uit.

Ik wil aan zee blijven, hij wil naar de kamer. “Is’t om voetbal te kijken misschien?” Hij kijkt betrapt en zegt dat het écht belangrijk is. “Belangrijker dan samen onze voorlopig allerlaatste dagen ooit door te brengen?” Dat ik met elk overdreven woord die dagen minder aantrekkelijk maak, houdt me zelfs niet tegen. Ostentatief draai ik met mijn ogen en mompel “djeezes oké dan”, mezelf wijsmakend dat hij toestemming nodig heeft om iets op zichzelf te doen. “De allerlaatste keer ooit hé”, zeg ik nog. Op de chille beats van ‘No woman no cry’ gaat hij ervan door. Elk ons eigen ding, kunnen we daar alvast aan wennen.

Een tijdje later komt hij terug het strand op gewandeld. Ik ben in zee, en hoor hem roepen of ik AUB even tot daar kan komen. “Did your team lose maybe?” “No, just come!” Met elke stap wordt de muziek minder onontkoombaar. De Karen in mij overweegt te gaan vragen ‘wiens idee dit nu eigenlijk was’. Wanneer ik voor hem sta, strekt hij twijfelend zijn hand voor zich uit en ik merk dat er iets heel klein in zijn palm ligt. Nog voor ik door heb wat er gebeurt, heb ik nog minder door wat er gebeurt, en vraagt hij in zijn allerbeste Yoda Nederlands “Wil trouwen jij met mij?”

Terwijl hij dapper aan zijn speech begint, roep ik vol ongeloof en in alle talen “Neeeeeeee, nooo!” Verschrikt vraagt hij “Qué? No?” Ik besef dat het voor echt is en corrigeer mezelf met een nog steeds verwarde maar heel gemeende “Sí, jawel!”. Hij is opgelucht en blij, ik verrast en nog blijer. Het ene moment zit je te plassen in zee, het andere moment word je ten huwelijk gevraagd. Hopelijk voor de allerlaatste keer ooit.

Op de achtergrond klinkt trouwens ‘Buffalo Soldier’ maar ik ga hier schrijven dat het ‘Is this love?’ was, en op gepaste toon meezingen van wel.