Amai

Klik hier voor bijpassende playlist

Hoi Arkasha,

Het lijkt alsof jij gemakkelijk ‘in the moment’ kan zijn. Dat is iets wat me zelden lukt. Een constant aanwezig zelfbewustzijn doet me malen over het verleden of de toekomst en houdt me tegen om zorgeloos te genieten van het heden. Snapt ge? Zelfs op feestjes met de nodige middelen ben ik me heel bewust van mijn doen en laten en zal ik niet zomaar my hands in the air throwen, laat staan dat ik er spontaan een luide ‘Whoop! Whoop!’ uitkrijg.

Dat ik geen enthousiaste TMF-vj of belspel-presentator ben geworden, daar kan ik best mee om. Maar mijn eindeloos malend hoofd zorgt er ook voor dat ik hier op het mooie strand van Tulum, met m’n lange, kromme tenen in het witte zand, vaker aan de toekomst dan aan het heden denk, en meer bepaald aan het afscheid met Arturo. Hij moet van hijo de puta Trump terug naar New York om daar zijn visum te hernieuwen. Ik mag niet mee wegens chinga tu madre pinche corona en dus vlieg ik weer naar België. Wanneer we elkaar terug zien? Onduidelijk. Qué mierda. Nog 14 dagen.

We rijden naar Valladolid, een oud koloniaal stadje omringd door ruïnes en natuurfenomenen. De meeste trekpleisters zijn toe, maar in cenote Las Palomitas zijn we welkom. Eens aangekomen leidt een heel oud meneertje ons richting de minstens even oude grotten. Door de pandemie zijn er geen andere toeristen en zwemmen we helemaal alleen naar het midden, met onder onze trappelende benen een donkere diepte van 45 meter. Mijn veramerikaniseerd lief roept “A-MA-ZING”, ik hou het op “a-mai”.

Onze gids klaagt over het gebrek aan toerisme en inkomsten, hij maakt zich zorgen om de toekomst. Ik besef dat ik me gelukkig mag prijzen en negeer zelfs heel even m’n innerlijk gemekker. Whoop whoop? Nee, ongepast. Nog 9 dagen.

In het natuurgebied Celestún zien we een troep flamingo’s staan. Ze hebben een grappig, tenger lijf en wanneer we dichterbij komen, stappen ze met een ongemakkelijke pas in hun buitenproportioneel lange poten gehaast van ons weg. Arturo wijst naar mijn eigen rozige, smalle benen die uitsteken onder mijn te brede short en noemt me spottend ‘flammi’. Ik geef hem een felle duw het water in. Whoop whoo..? Nee, ook niet. Nog 4 dagen.

We bereiken Mexico City, onze laatste stop. Arturo groeide hier op en toont zijn ouderlijk huis. Op zijn verjaardag, 24 uur voor vertrek, bezoeken we de piramides van Teotihuacan. Ik ben onder de indruk van deze 1800 jaar oude bouwwerken, maar kijk ook verbaasd naar de vele hippies die ‘energetische krachten’ komen opdoen. Met hun ogen toe lijken ze diep in the moment. In mijn hoofd wordt er alleen maar afgeteld. Morgen.

We zijn op het vliegveld. Nog 2 uur. Er zit iets vast in mijn keel. Nog 1uur. Ik vervloek de maatregelen die ons hiertoe dwingen. 40 minuten. Hadden we toch al in Mexico moeten trouwen? 20 minuten. Arturo maakt zich klaar, zijn shuttle wacht. 5 minuten. Eerst een roltrap af. 2 minuten. De tijd tikt en mijn keel knijpt toe. 1 minuut. Hij kust me gedag en ik weet niet wat zeggen. 10 seconden. “Hasta pronto, mi flammi”. 4 Ik kijk hem na 3 tot hij achter de muur 2 verdwenen is 1. De ingehouden krop in mijn keel komt er dan toch met horten en stoten uit. Weep Weep. Ik zit helemaal in the moment.